Behoedzaam rijd ik het busje uit de carport. Achterwaartse manoeuvres zijn nooit mijn sterkste punt geweest en sedert de aanvaring met een paal die het vertikte in mijn achteruitkijkspiegel te verschijnen, ben ik dubbel op mijn qui vive. Het was een erg robuuste paal, van matglanzend staal, zonder enige deuk, maar gele verfresten toonden aan dat dit niet de eerste confrontatie was. Hij stond daar in zijn eentje, schijnbaar doelloos, voor de ingang van het warenhuis geplant. Als een lijfwacht, om het gebouw tegen eventuele aanranders te beschermen en de eerste klappen op te vangen.
Het is moeilijk manoeuvreren vanavond. Op vergaderdag staat de parking immers steevast eivol en nu is het bovendien stikdonker. Maar zonder kleerscheuren rij ik even later gezwind de weg op, richting stad. Rondom mij wordt er genoegzaam gekeuveld en gelachen. Ze zijn in de mood.
Ons speciale plaatsje voor de bib is gelukkig nog vrij.
Met een brede zwaai opent Jobbe mijn portier. “Wat ben je toch een galante ridder,” zeg ik als vanouds, maar toch waarderend. Deedee staat aan de andere kant te giechelen. Ze heeft wat hulp nodig bij het uitstappen. Niet bepaald geluidloos maken we onze entrée.
“Katrien, ge zijt schoon met uw rok!”, schettert hij zonder enige schroom. Een compliment, recht uit zijn hart.
Hij gaat even opzij om Greet te monsteren, maar zij draagt een broek. Valse loftuitingen zijn niet aan hem besteed. Ook vandaag “vergat” hij een DVD waar hij moeizaam afscheid kan van nemen. In zijn beleving is het “zijn” materiaal, dat hij noodgedwongen en uit goedertierenheid uitleent.
Het wordt straks weer onderhandelen, want hij heeft te veel CD’s uitgekozen. Maar Greet kan dat ongelooflijk goed. Nadrukkelijk tellen, de keuzes beperkt houden, soms al eens water bij de wijn doen, vriendelijk en respectvol. We voelen er ons echt welkom.
Op de terugweg verzucht Jobbe dat hij graag iemand zou vastpakken. Om te knuffelen. Hij gaat de mogelijke kandidaten in gedachten af. Merci? Geen denken aan! Maar Angelique ziet hij wel zitten. Wat hij wel precies wil? Een aai over zijn bol?
Terwijl we afdraaien naar de hoofdweg passeren we een winkel met bruidskledij. Dàt zou hij wel willen, zo’n schitterend witte jurk, met uitwaaierende rok. Voor Maroesjka, zijn vriendin.
Lang blijft hij niet mijmeren.
Hij vraagt wat mijn kinderen nu aan het doen zijn. Aan het werken voor school? Of zitten ze al in pyjama? Hij probeert zich een beeld te vormen van mijn leefwereld. Dan springt zijn aandacht weer op iets anders. Hij gaat me een spuitje geven. De anderen zitten al te gniffelen, weten wat er volgt. In mijn poep. Jaja, in mijn poep, met een grote spuit. Zo zwanzen we wat heen en weer. Een soort van humor waarmee ik thuis niet kan scoren. Niet meer…


