september 2, 2008...04:02

Jobben

Spring naar reacties

Een heel jaar had hij de verdiensten van vorig jaar veilig gesteld op zijn spaarboekje. Veel was het niet. Vier dagen arbeid. Eén derde had hij aangesproken om een stuk festivalfestijn te bekostigen.

Zich lang op voorhand engageren voor een vakantiejob vond hij riskant. Het jaarlijkse tiendaags stedelijk evenement wou hij voor geen prijs missen. En dat weekend en die midweek wou hij vrijhouden voor deze of gindse festiviteit.

Het aantal vrije dagen dat hij alzo beschikbaar was voor de arbeidsmarkt leek wel op een homp gruyère. Ik zag zijn kansen vrij somber in.

Wou hij deze verhogen dan diende hij zich in meer dan één interim-bureau in te schrijven. Life. Tot nog toe beperkte zijn activiteit zich tot het online invullen van selectieprocedures. Maar nu zou hij zich dus in levende lijve presenteren. Hij koos hiervoor een zaterdag. Vijfdagenweek, en uiteraard niet één agentschap open.

“Mam, wat is mijn SIS-nummer?”

“ Welke bankrekening moet ik opgeven? Geef eens het nummer…”

Veel heen- en weer getelefoneer later ondertekende hij uiteindelijk een proefcontract voor drie dagen. Kon hij met een boormachine overweg? Uiteraard! (Hij zou thuis wel even oefenen) Was hij een beetje handig? Natuurlijk! (Oeioeioei) Kon hij rubbers lijmen? (dat leek hem geen probleem) Er was alleszins niets mis met zijn zelfbeeld.

Ondertussen kreeg hij andere werkaanbiedingen die hij frivool van de hand wees.

Een dag voor zijn vakantiejob inging, belde men dat deze intern via verschuivingen ingevuld kon worden. Hij mocht zijn contract vernietigen.

Niet correct, dacht ik, en ik liet zoonlief, die alles als zoete koek geslikt had, terugbellen. Ze zullen één dag uitbetalen, kwamen ze overeen.

Hij content. Geld verdienen zonder er iets voor te doen, leek hem de max. Eerst zien, dan geloven, dacht ik.

Een poos later was hij in onderhandeling voor een poetsopdracht. Voor twéé dagen.

Het contract was nog niet ondertekend op de aanvangsdatum. Ze waren vergeten het op te sturen, zegden ze. Hij mocht gerust zijn, op zijn twee oren slapen.

Om goed beslagen ten ijs te treden was ik reeds poolshoogte gaan nemen: waar bevond zich zijn werkplek? Het was het laatste van mijn zoons zorgen, al was hij uiteraard ingenomen met mijn informatie, die hij niet eens voetstoots aannam.

Hij memoriseerde alzo de verkeerde straat. Arriveerde gelukkig toch op tijd. Ik had op voorhand gezegd, dat hij tijdig diende op te staan. Dat hij niet op mij moest rekenen. Ik zou mijn wekker niet instellen. Maar die ellendige inwendige klok van mij! Een marge van twintig minuten geef ik hem, gooide ik het op een akkoord met mezelf. Eens die verstreken, kon ik het niet laten om hem uit bed te trommelen, al dreunde in mijn hoofd de mantra “zijn verantwoordelijkheid, zijn verantwoordelijkheid”…

Die dag was er op zijn werkplek nergens iemand te bespeuren. Ten langen leste belde hij het opgegeven nummer. Men was verrast, had hem niet verwacht. Hij kreeg na een half uur wat richtlijnen, maar eens die persoon weg was, ging het alarm af. Een half uur lang. Stel je een politie-invasie voor, wat moest hij zeggen? Gelukkig was het na dertig minuten stil, of verontrustend stil, wie zal het zeggen.

De onbekende, ondefinieerbare geluiden in het verlaten gebouw, het voelde eng aan. Het was nog vroeg, zes uur in de morgen.

Vanaf acht uur kwamen andere werknemers.

’s Avonds herhaalde zich hetzelfde scenario. Hij vond het best griezelig zich te realiseren dat hij zelfs niet weg kon, als iedereen verdwenen was. Zelfstandig kon hij niet binnen, maar ook niet buiten.

Thuis wou hij zijn kuiservaring demonstreren. Hygiëne, daar draaide volgens hem alles om. Met twee handen werken. Met de ene de plumeau, de andere de microvezeldoek. Opruimen was niet nodig.

Zo kwam hij in aanvaring met mijn dochter die er een andere theorie op na hield. Zij is een aanhanger van de methode alles buiten zetten en daardoor ruimte creëren om grondig te poetsen.

Mijn zoon, een voorstander van de afgelijnde taak, mijn dochter, met het motto, doorgaan tot het bittere einde. Al is dit laatste te relativeren, uiteindelijk ben ik diegene die hun (poets)troep dien op te ruimen…

12 Reacties


Reageer