september 15, 2008...04:36

Grand-mère

Spring naar reacties

Ze speelden in de lommer, onder de lage, grillig uitgestrekte takken van de grote knoestige boom. Met twijgjes en keitjes trokken ze tekeningen in het mulle zand. Ze waren zo verdiept in hun spel dat de inval van de soldaten hen volkomen verraste. In paniek sprongen ze recht, keken verwilderd rond, speurend naar een vertrouwd gezicht en renden elk een andere kant op. Waar in vredesnaam waren papa en mama? De chaos was compleet.


Het duurde niet lang of hij werd gevat. Mannen en jongens werden meedogenloos afgeslacht. Ook de kleintjes, want dat waren de toekomstige rebellen. Het kwaad diende uitgeroeid tot aan de wortel. Maar de vierjarige jongen werd gespaard. Op de een of andere manier wekte hij sympathie bij de commandant.
Hij werd naar diens afgelegen dorp afgevoerd en, weliswaar als gevangene, bij de familie ingelijfd. Zijn vrouw was echter helemaal niet gecharmeerd door het knaapje, integendeel! Ze had ronduit een hekel aan hem en verdeelde zijn portie eten onder de andere kinderen. Hij diende zich tevreden te stellen met het afval.
Er was nog iets dat hem verwarde. Dorpsgenoten waren gepasseerd, maar weigerden hem te (h)erkennen uit angst voor represailles. Niemand wou gelieerd worden aan een partij die bij wet verboden was. Er was immers slechts één juiste en ware, en dat was de regerende.


Toch was er iemand die haar leven veil had voor het zijne. Ten langen leste kwam ze te weten waar hij zich bevond. Dagen was ze onderweg, te voet, onder de brandende zon. Intimidatie en vijandigheid waren haar deel, maar ze liet zich door niets of niemand afschrikken. Uiteindelijk won ze het pleit en kon ze haar kleinzoon meenemen. Naar huis, haar geboortedorp: le village maternel.


Haar leven ging niet over rozen, maar toen ik haar ontmoette, jaren geleden, plukte ze de vruchten van dat leven. Ze had zeven kinderen grootgebracht en vele klein- en achterkleinkinderen gekoesterd en verzorgd. Haar taak was volbracht, en nu had ze recht op een “retraîte”. Ze verbleef nu eens bij de ene dochter, dan bij de andere, bij de ene zoon op het platteland of de andere in de hoofdstad. Maar overal was ze geliefd en werd ze met respect bejegend. De wijsheid en ervaring die ze in de loop der jaren vergaarde gaf haar recht op achting en aanzien.


Dat rijkgevulde, lange leven, waaraan een einde is gekomen, is nu aanleiding voor een groot feest. Vijfennegentig of zesennegentig is ze geworden, of misschien wel honderdenvijf, volgens de berekeningen van haar naasten. Een geboortedatum is ginds niet zo belangrijk, verjaren nog minder want dat is geen verdienste, dat komt immers vanzelf.
Opgebaard voor het huis waar ze haar laatste dagen sleet zal ze op het eind van deze maand het middelpunt zijn van grootse feestelijkheden. De volgende dag wordt dit in haar geboortedorp nog eens overgedaan waarop ze de daaropvolgende dag aldaar begraven wordt. Terug naar waar het leven ooit begon.


Ik zal de herinnering aan deze grote dame, doch klein van gestalte, koesteren zolang ik leef. Haar naam onuitwisbaar in mijn hart: Ngo Banyolack Marthe…

10 Reacties


Reageer