juli 25, 2008

Oven

Twaalf uur, op de noen, en de telefoon geeft een onnozel rinkeltje. Een flauw protest, ten teken dat er geen elektriciteit meer is. Tegelijkertijd verdwijnt het beeld op het televisiescherm. Dit voorspelt weinig goeds voor de visschotel die in de oven te pruttelen staat.

Een eerste blik op de schakelkast wijst niets abnormaals aan, alle schakelaars staan omhoog. Ik steek mijn hoofd om de voordeur: geen commotie aldaar. Misschien zijn mijn buren niet aan ’t koken. Of ze rennen niet meteen in paniek de straat op.

Leven zonder stroom, daar opeens een mouw aan passen, het is geen evidentie. Zelfs een kop koffie hoort niet meer tot de mogelijkheden, toch niet als ik deze zelf wil zetten. Niet dat we van honger dreigen om te komen, er zijn legio toepassingen voor koude bereidingen. Met een barbecue kan ik de maaltijd nog redden, bepeins ik. Maar eerst de zekeringen nog eens dubbelchecken. En ja, wat blijkt, ik heb de verliesstroomschakelaar over het hoofd gezien!

Ettelijke minuten later constateer ik dat de oven weliswaar warm is, maar de vis niet wil garen. Een verhuis naar de magnetron en de maaltijd is gered.

Maar mijn oven, die is naar de Fillistijnen. Hij sukkelde al een tijdje met een gebrekkige thermostaat, eentje die tilt sloeg. Hij produceerde een onstuitbare warmte, het ging hoger, en hoger, en hoger… tot ik hem op nul zette.

Er waart een toestelonvriendelijke demon in mijn huis. Het ene na het andere apparaat geeft de geest.
Nu ik het drogen aan de lijn een beetje onder de knie krijg, dien ik een alternatieve bakwijze te zoeken voor pizza.
Op houtskool gewarmde stenen? Of gewoon op het barbecuerooster?
Strijken? De haardroger? De microwave?
In de pan? Mijn wafelijzer! De broodrooster?
De oven van de buren?
Een bunsenbrander? (maar die heb ik niet) Een kaarsenvlam?
Wellicht is een fruitdieet veel eenvoudiger…

juli 22, 2008

Likalo


We zitten heel erg vooraan bij het Groot Podium aan Sint-Jacobs. Een waaier aan authentieke Afrikaanse instrumenten brengt ons een boodschap van verdraagzaamheid, vrede en vriendschap. Dat is ook de naam van de groep: “boodschap” betekent “likalo” in het Bassa, één van de vele talen uit Kameroen.


Plots zegt Bietje: “Heeeei, is dat niet Jolien?” Ze wijst ergens achter mij.
Ik zie niemand – toch niet mijn eigen dochter – en begrijp er niets van.
Jolien hoort momenteel achter of tussen de coulissen te staan.
Maar ze is het echt. In jeans. En helemaal te laat. Ze reed met iemand anders mee en die vond geen parkeerplaats. Langs de artiesteningang binnensluipen, ze had immers een pasje, wil ze niet. Met de uitvlucht dat haar outfit nog in haar vaders auto ligt, lacht ze haar plankenkoorts weg.


Gisteren was ze nog wild enthousiast en reageerde ze verontwaardigd omdat het misschien niet zou doorgaan. Ze had al heel wat reclame gemaakt. “Eerst examen doen,” grapte haar papa.
’s Avonds, tijdens mijn nachtdienst sms-te ze me dat ze niet één maar vier dansjes ten beste moest geven. Blijkbaar is ze geslaagd in haar proef…


We zijn nog maar net ondergedompeld in exotische ritmes of we worden overvallen door een regenbui, helaas zonder tropische temperatuur, wat een pak toehoorders doet wegvluchten. De nattigheid is gelukkig niet van al te lange duur.
Straks, na de pauze, zal ze haar act doen, maakt ze zichzelf wijs. Maar ik weet, dat er vanavond géén twee delen zijn… Ze heeft wel zin, maar ook schrik. Ach, ze is nog zo jong ook…


Nadien slenteren we nog heel even rond. Beh trakteert ons op een schoteltje Senegalese hapjes. Afrikaanse gastvrijheid vertaalt zich immers eerst en vooral in het aanbieden van voedsel.
Lang mag het allemaal niet duren, want samen met mij op de Gentse Feesten flaneren is helemaal niet cool. Met haar papa, dat kan er nog mee door, die is hip!

juli 18, 2008

Ardèche

Een kinderloze nacht later rijd ik de parking aan de Yachtdreef op, om mijn jongste na een week vakantie op te halen. Het is er abnormaal rustig. Ik wandel langs de schaars geparkeerde wagens maar er is geen kat te zien. Een monovolume maakt een rondje en verdwijnt.

Het begint me te dagen: heb ik een fout uur gememoriseerd? Ik liet inderdaad na een blik op die laatste richtlijnen te werpen. “Onze aankomsturen zijn normaal gezien gegarandeerd”, het staat in mijn geheugen gebeiteld. Heb ik een telefoontje gemist? Meteen constateer ik dat mijn gsm – hoe is het mogelijk – nog thuis ligt.

De terugroute lijkt eindeloos. Telefoonconsult: niemand heeft me gebeld. Victorie! De bus wordt inderdaad verwacht om 8 uur in de morgen. Zonder uitroepteken weliswaar, zoals bij het vertrekuur… stipt…

“Je kan steeds het aankomstuur (24u op 24u) raadplegen op tel.nr….”, dit was aan mij voorbij gegaan… Die van de Ardèche blijken een vertraging van twéé uur te hebben. Het dringt maar langzaam door, het gaat om hààr en niet om de Ardennen!

Een tiental minuten voor tienen bereikt me haar bericht. Ze is gearriveerd.

Het was reuze en volgend jaar wil ze naar Kroatië. Zo hebben ze afgesproken.

Even synchroniseren naar het nieuwe ritme… Ze is een beetje jaloers op de kat die rond mij floddert. Ze vindt het niet eerlijk dat hij zich zo maar mijn aandacht toeeigent. Dat maakt haar dubbel zo aanhankelijk…

juli 17, 2008

Dour

Ja kamperen is een mooie zomersport, waardoor je steeds maar jonger wordt, je trekt… maar het dringt niet meteen tot hem door dat hij dan een tent nodig heeft. Zijn eerste bekommernis is mijn zegen met de daaraan gekoppelde aanschaf van een ticket. Op de website staat vermeld dat er nog slechts een luttele vierduizend beschikbaar zijn. Méér nog, vorig jaar moesten ze dagelijks vijftienduizend bezoekers afwimpelen. Met een snuifje zout te interpreteren, denk ik.

Hij stelt zelf voor het goud in de mond van de ochtendstond te aanschouwen en voor dag en dauw op te staan middels een vooraf ingestelde wekker. En dat in volle vakantietijd! Maar uren op voorhand voor een gesloten winkeldeur staan rampetanten heeft geen zin.

Vorig jaar wel, toen was ik zo gek om ruim vóór middernacht te staan aanschuiven voor de laatste Harry Potter. Dat was zonder het Britse uur gerekend! Maar het had wel wat, die aangroeiende massa, en bovendien waren het Gentse Feesten…

De volgende morgen, in het centrum van de stad, tast ik naar mijn geldbeugel voor parkeergeld. Sapperloot, ik heb hem niet bij! Vliegensvlug aller-retour naar huis. Mijn oudste wordt niet zenuwachtig, maar ik moet niet treuzelen…

In de Fnac wordt prompt zonder probleem het combi-ticket aangemaakt, geen spoor van schaarste! Met een gerust hart kan hij de verloren slaap alsnog inhalen…

Voor hem is hiermee de kous af.

Trein, tent, eten… het zal zichzelf wel regelen. En ziedaar de volgende dag mag hij in een tuin oefenen in het opzetten van een nachtverblijf, hij zal een dak boven zijn hoofd hebben.

Alvorens hem aan het station te deponeren, slaan we nog wat mondvoorraad in. Een must, want hij is altijd hongerig.

“Zie dat je je favoriete groepen niet mist, hé,” geef ik nog mee. Dàt zou hij pas erg vinden!

Hij heeft me al geseind dat hij een enorm goeie kampeerplek heeft, dichtbij alle faciliteiten, het toilet, het eten, de podia, en bij wijze mensen. Ik ben benieuwd, ik zou allicht geen oog dichtdoen, met al die passage, maar hij stelt andere prioriteiten, vast en zeker…

juli 12, 2008

Thriller

“Woehahaaah…!”

Als een duiveltje uit een doosje springt hij uit de duistere keuken te voorschijn. Ik kan een schrikreflex niet bedwingen, een “waaah” ontspruit aan mijn lippen en ik zet een huppelpas opzij in lijfbehoud.

Hij glundert van oor tot oor.

“Dat had je niet verwacht hé dat ik zo sneaky uit die hoek ging komen!”

Ik kan het alleen maar beamen.

We hebben een actie-thriller besteld, niet direct my piece of cake, maar hij mocht kiezen. Geen film dus waarbij je gezellig achterover leunt met een drankje en een portie chips binnen handbereik. Om het geheel nog spannender te maken klettert de regen gewelddadig neer. Onze kat Noewi is net bijtijds komen binnentrippelen en nestelt zich behaaglijk op mijn schoot. Een troost voor als het te eng wordt, mijn schakel naar de realtiteit…

Die bliksem en donderslagen, ze zijn geen fictie. Ze accentueren de benijpende sfeer. Het is niet continu griezelen, maar het onverwachtse van sommige gebeurtenissen laat me bijwijlen verstijven in mijn zetel.

De slechterik gaat op het einde dood en de goeie wordt in ere hersteld, dus een nachtmerrie zal ik er niet aan overhouden.

De meester in het creëren van suspense vind ik echter nog steeds Hitchcock, die me louter door suggestie het bloed in de aderen doet stollen. Nu nog geeft een veld vol kraaien me een onbehaaglijk gevoel!

juli 8, 2008

Angst

Hoe dikwijls heb ik niet verzucht, had ik maar een handleiding! Een richtlijn, een baken, een boei, een…

Vijf minuten, het lijkt een uur.

Ik probeer mezelf tot kalmte te manen, maar mijn oren zijn gespitst.

En plots ontspan ik. Hoor ik daar geen gestommel in de kelder?

Het vermeende geluid wordt niet gevolgd door een behoedzaam openen van de koelkast, gerommel in de keuken en gekraak op de trappen. Het blijft stil. Loos alarm dus, maar eer ik daarvan overtuigd ben!

Binnen een half uur, maximum drie kwartier ben ik daar, had hij me geseind. Ik had daar nog een marge bij gerekend, maar geen zoon te bekennen.

Het is midden in de nacht en er is niemand die ik kan raadplegen. Een verdieping hoger vertoeft mijn dochter in dromenland. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om haar deelgenoot te maken van mijn ongerustheid. Ik kan alleen maar wachten.

Of slapen. Dat ware het meest verstandige, ware het niet dat een zenuwachtig fladderende mot pendelde tussen mijn maag en mijn hoofd.

Traag sleept de tijd zich voort en gaandeweg neemt mijn angst toe. Of is het boosheid? Kan hij zich niet houden aan een afspraak die hij nota bene zelf heeft gemaakt? Ik had hem immers mijn fiat gegeven. Hoe komt het dat hij plots niet meer te bereiken is? GSM plat? Of doelbewust uitgezet?

Hij is zeventien, binnen enkele maanden achttien. En het is vakantie uiteraard.

Dus geen schoolplichten die dwingen.

En ondertussen is het drie uur in de nacht, en hij had al ruim een uur geleden thuis zullen zijn, volgens zijn sms althans.

Doemscenario’s spelen zich voor mijn ogen af. Hij is aangereden door een auto. Ligt zieltogend op het asfalt.

Ik kwel mezelf, hoor de piepende remmen van zijn fiets vóór hij uitbundig de deurbel bespeelt en bedenk dat ik dit nooit meer zal horen.

Wie weet belandde hij in een vechtpartij en werd neergestoken. In Londen zijn dergelijke gruwelverhalen helaas realiteit.

Om half vier kan ik het niet meer houden en besluit op verkenning te gaan. Aan de ingang van een parkje ligt een fiets maar ik kan niet detecteren of het de zijne is. Aan het station maakt mijn hart een overslag. De flikkerende lichten horen echter bij gemeentewerkers. De fiets aan het park blijkt ook niet de zijne. Enigszins gerustgesteld keer ik naar huis.

Daar rijgen de minuten zich eindeloos aan elkaar. Om mijn onrust te delen stuur ik om halfvijf een bericht naar de papa, wetende dat deze vroeg uit de veren moet. Dan ontvang ik niet lang daarna het volgende van mijn zoon : “Jo mam gsm wrk ni goe mr, kan nix ontvangen of sture, ma als ge dit eindyk vrneemt kblyf by M. pitn. Kga gsm afzetn x”

Ontlading. Oef, ontspanning, euforie. Terstond een nieuw bericht naar de papa gestuurd. Alles OK.

Maar het laatste woord is nog niet gezegd. Het lijkt erop dat hij graag onbereikbaar bleef! Voor mij geen probleem als hij bij zijn vriend blijft slapen, maar zonder tegenstrijdige berichten graag!

De volgende dag, en na veel nadenken besef ik dat ik me verder moet bekwamen in het loslaten. Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, geen gemakkelijke opdracht…

juli 3, 2008

Fietsperikelen

“Bel is”

De boodschap bereikt me op Knokke strand alwaar een milde laatnamiddagzon me zalig koestert.

Ze vindt haar fiets niet meer aan het station. De rekken zijn verdwenen. Een eindje verder staat een camionette. Twee werklieden hijsen tweewielers in de laadbak. Ik opper dat ze daar eens haar licht kan opsteken. Plots ontdekt ze haar broers vehikel. Te laat om deze terug uit te laden, het hele zootje wordt naar het Depot gevoerd. In de Voskenslaan, juist om de hoek. Aan haar oor gekluisterd ga ik mee op zoek, doch tevergeefs.

Terug thuis ga ik samen met haar poolshoogte nemen. Maar in die immense zee van fietsen vinden we de hare niet terug. “Fietspunt” is al uren gesloten, we moeten wachten tot de volgende dag.

Na enkele telefoontjes komen we te weten dat we ons moeten reppen naar de vroegere brandweerkazerne. Halverwege attendeert mijn zoon me erop dat hij geen sleuteltje heeft. Dit heeft hij de vorige dag bij zijn vriend laten liggen.

Rechtsomkeert dan maar, tot grote frustratie van zijn zus die zo vlug mogelijk naar de Blaarmeersen wil.

Ik moet madam GPS ter hulp roepen, mijn ruimtelijk inzicht is namelijk abominabel. Ik maak steeds gigantische omwegen via mij bekende punten. ’t Is voor mij evenwel een nuttig instrument, zo leer ik mijn stad tenminste kennen.

Vijf minuten scheidt ons slechts van ons doel, maar dat is buiten de files gerekend.

Ik parkeer me noodgedwongen dubbel op de parking voor het gebouw. Enkel Joliens fiets blijkt ginds gestald. Die van mijn zoon moeten we algelijk aan de achterkant van het station ophalen.

Ze dient haar naam en adres op te geven, een papier te tekenen en eindelijk kunnen we weg, haar stalen ros in de kofferruimte. Zelfs met mijn plaatsbepalingsysteem slaag ik erin verkeerd te rijden, maar geen nood datzelfde apparaat zet me binnen de kortste keren terug op het juiste pad.

We passeren de gevangenis, dwarsen de ring en slaan een hobbelige straat in. Net wanneer we een rondpunt oprijden horen we achter ons een onrustwekkend metalig gekletter. Ik heb toch niemand…? Tot mijn verbijstering staat het achterportier omhoog en is de fiets verdwenen. Die ligt midden op het kruispunt. Precies het onderwerp van een zwaar accident.

Pas achteraf besef ik dat ik me gelukkig mag prijzen dat hij niet op een auto is getotterd. Mijn engelbewaarder was alert.

juli 1, 2008

Hamerslingeren


Richtlijnen om gevrijwaard te blijven van een kampioenstitel.

Zorg er vooreerst voor dat je de nationale ranglijsten aanvoert. Indien mogelijk breek je het clubrecord in de betreffende discipline. Dat schept bij iedereen de nodige verwachtingen.

Programmeer enkele feestjes vóór het kampioenschap.

Neem het er na de examens eens goed van zodat je echt in vrijetijdsstemming komt: shoppen, een pretparkje, chatten… Mis vooral geen enkel sms-berichtje. Zeker deze nà 22.oou kunnen belangrijk zijn. Denk eraan meteen te antwoorden.

Negeer eventuele signalen van vermoeidheid.

Gooi het werptuig op de laatste training zo veel mogelijk buiten de sector.

Verlaat die training voortijdig voor een andere min of meer verplichte activiteit.

Laat het goed tot je doordringen dat een reporter van het Nieuwsblad met jou contact zal opnemen. Pieker erover wat je zal verzinnen mocht je de verwachtingen niet inlossen.

Voel de zenuwen door je heen razen wanneer je vreest voor een herexamen al zegt je verstand dat de kans bijzonder klein is. Je weet maar nooit, fluistert je gevoel je in.

Ervaar de euforie na de proclamatie. Besef dat je overgaat naar het vierde jaar ASO. Op school zullen er dus méér jongere dan oudere leerlingen zijn.

Beperk de tijd die je noodgedwongen thuis moet doorbrengen om inderhaast je tas met benodigdheden voor het klassenfeestje te pakken. Reserveer een slaapzak bij je vriendin zodat je deze niet zelf moet meezeulen. Hopelijk heeft je moeder een lijstje klaar met de dienstregeling voor de juiste bus naar je bestemming. Ga nog eens uitgebreid winkelen. Met die bikini van vorig jaar kan je echt het zwembad niet in!

Haal het uiterste uit die laatste uren met je klas. Samen de nacht doorbrengen in een tent is te verkiezen boven het comfort van je eigen bed.

Protesteer niet wanneer iemand anders je gereserveerde slaapzak in beslag neemt. Doe de hele nacht geen oog toe maar verzwijg dit voor je ouders.

Laat je naar huis brengen net voor je naar een familiefeest moet vertrekken. De kans dat je nog even kan recupereren van de wilde nacht is nihil.

Doe na het feestmaal een siësta in een hete auto en laat je voortijdig wekken door een afgunstig familielid voor een dessert dat nog een tijdje op zich zal laten wachten.

Gedoog dat je moeder reeds om 20.00u de festiviteiten afbreekt om je een lange nachtrust te kunnen garanderen. Eens thuis dien je echter nog enkele belangrijke mails te beantwoorden. Je neemt ruimschoots de tijd om alles in orde te maken voor de volgende dag. Op het laatste moment bedenk je dat je graag je vaders laatste cédeetje op je mp3-speler wilt kopiëren.

Voorzie slechts één uur om je klaar te maken. Rek het ontbijt, kijk uitgebreid naar je favoriete ochtendprogramma op televisie. Na het kampioenschap is er nog een gewone werpmeeting. Je wordt eraan herinnerd dat je speerspikes nog bij Luc liggen. Regel het dat hij ze voor je meebrengt voor de wedstrijd begint.

Kam omstandig je haar en ban gedachten aan je moeder die zenuwachtig in de rij bij de bakker staat om de picnic van deze middag in te slaan. Sluit je af voor de idee dat je wellicht in tijdnood komt.

Installeer je op de achterbank van de auto om tijdsbesparend aldaar je schoenen aan te trekken…

…En dan ben je op het terrein.

Laat de stress tot jou komen. Er is nog geen kat. Enkel de voorbereiding tot een of ander feest van de jeugdbeweging. Het is toch de juiste dag, de juiste plaats, het juiste uur? Pffft, er staat een speer aan de cafetaria, gelukkig… Kaartje invullen. Afgeven. Grapje van een jurylid incasseren.

Een beetje chillen met twee leeftijdsgenootjes aan de hamerstand. Waar blijft de trainer? Stress. Alvast opwarmen dan maar.

Om het spannend te houden arriveert hij later dan gewend. Het werptuig moet nog gewogen worden dus is hij alweer uit beeld voor je terug bent.

Voel je zenuwachtig worden wanneer de scheidsrechter meedeelt dat er tijdig gestart zal worden. Nog tien minuten.

Sta in de rij en werp met een hamer van de inrichtende club, ver beneden je normale prestatie. Verlies je vertrouwen in jezelf. Vraag je angstig af waar je trainer blijft. Stuur je moeder op zoek naar hem.

Nog vijf minuten, verwittigt het jurylid en hij begint de namen en wedstrijdnummers te controleren.

Dan is het zo ver. Jij bent als eerste aan de beurt.

Je concentreert je, probeert alle aanwijzingen die je ooit kreeg in gedachten te houden. Je voelt dat je niet in vorm bent. Je trainer is niet tevreden. Jij wordt nog nerveuzer. Je wilt het zo goed doen dat het niet meer lukt. Je vertrouwen smelt als sneeuw voor de zon, al is dit voor niemand zichtbaar.

De zesde poging, de laatste kans. Je probeert de perfecte draai te vinden. En herbegint. En herbegint. Pas op dat je niet over je tijdslimiet gaat, zegt de scheidsrechter. Ten langen leste gooi je. Buiten.

Je schreit bittere tranen. Niet om de gemiste titel, of omdat je maar zilver hebt in plaats van goud, maar om je slechte prestatie.

Ach, het is een les, maar je bent jong, er komen nog vele kampioenschappen. Ondertussen kan je werken aan het opbouwen van je zelfvertrouwen en het beteugelen van je zenuwen.

En ik troost je, en knuffel je, mijn lieve sportieve dochter…

juni 24, 2008

Windje

Ik had nooit gedacht dat ik ooit met argusogen de lucht zou afspeuren en blij zou wezen met een flinke wind. Een lekker zonnetje, weliswaar af en toe verstoppertje spelend met de wolken, en dan die wind. Zzzzoeff ffww ffww. Hoe meer beweging er in de lucht zit, hoe minder kreukels, vermoed ik. Mijn parasol kleppert, deuren slaan toe. Maar dat neem ik erbij. Jammer dat ik mijn wasspelden kwijt ben, om mijn wasgoed in te tomen. Af en toe slaan de lichtgewichten, de gedrogeerden, tijdens het droogproces op de vlucht, om in de goot te belanden. Dan dien ik het zuiveringsproces te hernemen en moet ik het wellicht stellen zonder winderige zon.

Het was de technieker die het doodvonnis tekende. Ik had hem in huis gehaald om mijn droogkast weer beter te maken. Deze draaide nog steeds gezwind zijn toeren, doch produceerde enkel koele lucht. Elf jaren oud, en van het soort dat een leven lang mee zou gaan, en reeds ten dode opgeschreven? De prijs voor de herstelling oversteeg deze van een nieuwe aankoop. Je ziet van hier dat ik nog transplantaten ging bestellen!

Ik tastte eens diep in mijn buidel en bespeurde enkel rosse centen. Niet één rooie! Ik keek in mijn gereedschapskoffer. Geen nagel om … je weet wel… Ik zou me tevreden moeten stellen met een droogrek. Ik gaf me over aan ingewikkelde berekeningen van drooglengte versus aankoopprijs in verhouding tot de beschikbare oppervlakte. Ik woon namelijk klein.

Hoe ik het vroeger, in het prérenovatietijdperk, klaar speelde is me een raadsel. Ik experimenteerde met uittrekbare lijnen, die na verloop van – ultrakorte – tijd immens uitrekten. Ik koos daarna voor oerdegelijke, zij het ontiegelijk lelijke, waslijnen die ik van de ene naar de andere muur spande, boven de gasconvector. In de – onverwarmde – logeerkamer duurde het drie keer langer eer ik de strijkbout mocht hanteren om de plooien glad te strijken. Wanneer de weergoden me gunstig gestemd waren kon ik uitwijken naar buiten, naar mijn ommuurd minituintje, alwaar ik tussen de klimrozen en de klimop oogvijzen had gedreven, trekpleister voor mijn nieuwe wasdraden. In de beslotenheid van mijn patio weigerde mijn was te wapperen en werd ik alzo verstoken van de alomprezen frisheid van het openluchtdrogen.

Ik was dan ook de koning te rijk toen mijn familie me een droogkast cadeau deed, ter gelegenheid van de op handen zijnde geboorte van mijn eerste troonopvolger. Gat geboord, rooster en buis geplaatst, klaar was Kees. Mijn broers eigenlijk, schoon plus echt. Zeven jaar geneugte. Daarna vond ik dat ik het waard was. Voor het betere merk.

Na de verbouwingen was ik multiple gelukkig dat ik èn wasmachine èn droogkast èn oven èn kookfornuis èn stofzuiger èn dampkap èn strijkijzer èn diepvries èn koelkast èn ventilator èn haardroger èn zovele andere apparaten gelijktijdig kon bezigen zonder dat de zekering smolt. Voordien moest ik me behelpen met porseleinen “plombs” , ik had een hele voorraad aangelegd, want ze waren moeilijk verkrijgbaar. In een antieke elektro-winkel in het centrum vond ik echter nog vervangstukken. De aan/uit-knop bestond uit een soort ijzeren vork die ik omhoog of omlaag moest duwen, waaruit dan vonken sprongen.

Momenteel bevind ik me dus weer in een ecologische periode waarbij ik gebruik maak van natuurlijke hulpbronnen. Ik kan hier echter, naast de positieve, ook enige negatieve aspecten aanvoeren. Binnenshuis verandert mijn was tijdens een moeizaam droogproces in stijve kartonnen borden. De vochtigheid blijft hangen wat niet bevorderlijk is voor de gezondheid van lijf, leden en huiselijk onderkomen. Onze poes wandelt onder het droogrek door en is in volle zomerruif. Een bijzonder onkies idee. Wat anders in de pluizenzeef belandt, blijft aan de kledij hangen. Dat drogen in huis is een slordige boel!

Nog even besparen op kilowatt-uren, maar straks, dan wil ik toch weer zo’n energievretende droogmachine!

juni 18, 2008

Knip

Het komt aan als een donderslag bij heldere hemel. Ik sta perplex, hoor de woorden maar kan ze niet vatten. Maar het moet wel waar zijn, anders hadden ze me niet gebeld.

Krak, doet het in mijn hoofd. Een levensdraad gebroken. Hoe fragiel is een mensenleven.

Enkele fracties van seconden, en de weg naar de toekomst is afgesneden.
Er gaat veel door mijn hoofd op dit moment.
Hij was gestopt met roken, de zoveelste poging, maar nu leek het te lukken. Hij was gemotiveerd want hij wilde zijn kleinkinderen zien opgroeien. Voorlopig was er nog enkel Marthe, nog geen vier maanden oud, en hij genoot met volle teugen, van haar kleine en grote vorderingen, van het babysitten, de dagdagelijkse praatjes met zijn dochter.
Zijn oudste zoon in Frankrijk, net getrouwd, koesterde ook een kinderwens, dus waarom niet samen de sigaretten afzweren?
Het zette hem aan ’t dromen en hij begon te plannen. In gedachten richtte hij een bijgebouwtje in als gastenverblijf. Een ideale bestemming voor de meubeltjes van zijn moeder.

Knip, doet het in mijn hoofd. En het licht gaat uit.

Zeventwintig juni zou de tweede zoon trouwen. Het zou de mooiste dag van diens leven worden. Wat nu?

Ik denk aan de vele berekeningen en de veelvuldige uiteenzettingen die ik – en ik niet alleen! – keer op keer moest aanhoren. Hij wou “landen” en deeltijds werken. Immers, hij mocht het niet gedroomd hebben dat het wel eens kon gedaan zijn als je net op pensioen was. Net op het moment dat je van het leven kon genieten! Zoveel ging hij uitsparen door niet meer te roken, zoveel zou hij winnen door konijnen te kweken en zijn zelfgemaakte wijn te verkopen.
Aai, doet het in mijn hoofd, precies of hij het voorvoeld heeft.

Zaterdag zou hij zesenvijftig worden. Zijn foto hangt op het bord. We grapten laatst nog dat er bij de aanwervingen rekening moest gehouden worden met de verjaardagen zodat ze wat beter gespreid zouden zijn. Vorige maand werd er bijna meer gesnoept dan vergaderd!

Mijn collega, waarmee ik zoveel jaren lief en leed heb gedeeld, is verongelukt.
Een aantal jaren bestond ons team slechts uit drie. De peter van mijn zoon, hij en ik. We waren toen meer dan collega’s. Voor mijn geestesoog danst het beeld van de kleurrijke taarten die hij bakte voor Jorams doopfeest. Onder andere een Afrikaanse hutten-koek. De ruiten van de vergaderruimte versierd in de kleuren van Kameroen.
Ik zie ons weer vertrekken op sneeuwvakantie, met de hele leefgroep. Een hele week haar papa missen, het leek de ene dochter, toen nog klein, ondraaglijk en prompt begon ze te huilen. Van de weersomstuit moest ook de jongste schreien!

Zo veel gaat er door mijn hoofd. Maar tranen laat ik niet. Nog niet.
Overdag wisselen emoties elkaar af, boosheid, onmacht, verdriet…
Wanneer ik slapen ga, en het licht uit is, vullen beelden mijn hoofd. Maar een traan laat ik niet. Nog niet.

Na zes dagen is er de begrafenis.
Midden in de week.
De zon schijnt. Een zee van volk.
Hij zou content geweest zijn.
Hij was zo graag onder de mensen.
Het wordt een serene, mooie dienst, gedragen door zijn kinderen, alle vier. Hij liet zo dikwijls uitschijnen hoe fier hij op hen was. Terecht!

Rouwen mag en tranen komen. Een scala aan emoties en gedachten passeert de revue. Te snel gereden wellicht, efkes niet opgelet misschien, verdorie toch. De hond! De volgende ochtend kwam hij thuis. Mocht hij kunnen spreken!

Zal je … Je zal er niet meer zijn op momenten dat we het zo vanzelfsprekend vonden. Je kastje, je plaats aan de vergadertafel, je zelfgemaakte kaarsen (met de mottige kleuren die ik nu wel schoon zal vinden), je… Domme toch…
Met collega’s en bewoners hebben we nadien nog een stil moment in het bos op ons domein. Een stille ruimte in het bos – we vonden het niet meteen, zo stil – afgeschut, een herinneringsplaats voor hen die ons hier ontvielen. Het is er zalig. Binnen de pallissade een boom, gelidtekend door de jaren, majestueus naar de hemel reikend. Naamplaatjes aan de omheining. Rust.
Samen aan de koffietafel, bewoners en begeleiding. Daarna is het ons tweewekelijkse vergadermoment.

We krijgen ruimte om herinneringen op te halen.
Hoe hij samen met een collega zat te huilen in een Oostenrijks bos: “Help, help!” Veel te vroeg, we waren nog lang niet op de afgesproken plaats! Tussen ons een diep dal, duisternis, sneeuw en bossen en één van onze discipelen die niet te houden was en ter hulp wou snellen!

Een ander moment, aan de toog met enkele prominenten. Waar het toilet was? Zoooo ver, dat haalde hij niet. Dus tapte hij discreet, en opgelucht, bekertjes en placeerde deze op de toog.

Hoe hij zijn baard verloor in de nacht en zelfs de barbier de volgende ochtend van niets wist.
Hoe hij de douchekop vulde met inkt en je vergastte op een kleurrijke douche…
We zullen onze grappenmaker missen!

En ondertussen weet ik,
Ondervind ik nog maar eens,
In welk een schitterende groep ik werk.
Met ruimte
Voor het leven
Zoals het is.