juni 2, 2008

Een heerlijke dag

Mijn stoute schoenen stonden al een poosje klaar. Maar vóór ik daar in zou stappen, had ik nog het een en ’t ander te overwinnen. Mijn angst om achter het stuur in slaap te vallen, bijvoorbeeld. Zeker als de zon schijnt vraagt het soms het uiterste van mijn concentratie om mijn blik alert op de weg vóór mij gericht te houden. Maar ook regen schrikt mij af. Als het bij bakken uit de hemel valt, verandert een autoweg alras in een glijbaan en verdrinken de witte bakens die me op het rechte pad moeten houden in de plassen. Kramp in de tenen of een slapend been kan behoorlijk enerverend zijn. En dan zwijg ik nog over de camions, die grote mastodonten die o zo dikwijls als het hen uitkomt zonder verpinken naar links uitwijken. Ik heb ogen te kort, ik heb er namelijk maar twee.

Ik roep mezelf tot de orde, ik lijk wel een neurotische tachtigjarige, en verstrek mezelf de nodige inwendige peptalk. Ik negeer mijn GPS die me steevast naar een andere oprit stuurt. Met een half oog – anderhalf hou ik op de baan – bestudeer ik de afgeprinte route en merk tot mijn groot ongenoegen dat ik al enkele flitspalen aan ruim honderd per uur gepasseerd ben. Als daar maar geen vodden van komen!

De aanwijzingen beginnen maar te tellen vanaf het grote groene dak van het Sportpaleis, dat is dus nog vijftig kilometer te vroeg. Aan de windmolens ter hoogte van Kruibeke krijg ik het gevoel toch al aardig te zijn opgeschoten. Na de tunnel hou ik links aan op de ring, naar het Noorden, dat is ver weg van de aangekondigde onweders in het oosten, hoop ik. De geschreven richtlijnen blijken veel accurater dan de gesprokene van de navigatormadame. Vooral het rechts voorsorteren maar toch rechtdoor langs de treurwilg rijden, heeft me behoed voor vele kilometers omweg. Door een bos, over een eenzame verkeersdrempel, de derde zijstraat in, bereik ik mijn bestemming. Dat denk ik toch, aan de geparkeerde auto’s te zien is hier toch een feestje aan de gang. Wat is het hier rustig en groen! Maar ik sta blijkbaar bij de buren…

Wanneer ik de lange overschaduwde oprit opwandel krijg ik kriebels. In mijn buik zowaar! Ik sta op het punt mijn entrée te maken bij mij totaal onbekende mensen, althans van gezicht. Een blonde nimf met springerige, ondeugende lokken met aan haar zijde een warmogige Moose, heten me hartelijk welkom.

Eén van mijn ondeugden is te laat komen en dat is nu niet anders. Ik tel nog dertien gasten. Het duizelt me bij alle nick-, voor- en blognamen, die haal ik straks vast door elkaar, temeer daar we nog lang niet voltallig zijn.

We konden de dagen voordien de voorbereidselen bijna in real-time volgen. Alle beschikbare mannen, groot en klein, waren indertijd ingezet om de hardnekkige grootbladige bamboe een kopje kleiner te maken. De beloofde zandbak waarvoor ik mijn “ponderkes” meebracht, is niet meer. Er ligt nu een gestroomlijnd terras van grote houten tegels, zestien vierkante meter ruim. Niet te geloven, hoe kan je dat in den donker zo kaarsrecht leggen! Bovendien is het zo groot als mijn voormalige living in mijn arbeidershuisje! Daarop troont een tot buffet omgeturnde pingpongtafel met een keure aan lekkernijen. Een lumineus idee voor mijn toekomstige feestjes – zo komt het er misschien ooit van - om iedereen zijn proviand te laten meenemen… dat is méér en béter dan ik zelf kan bekokstoven! Chips, nootjes, groenten, dipsausjes, heerlijke kazen, zelfs Pata Grega mmm, pasta-, tarwe-, couscous- en Waldorfslaatjes, vlees op stokjes, sandwiches, warme pasta, brood, taarten in alle soorten en maten, het stond allemaal feestelijk uitgestald. Moose en Zap zorgden voor een waaier aan drankjes, van wijn, water en softdrinks tot een groen, wellicht verraderlijk, in elkaar geknutseld tongstrelend goedje, dat ik eerst voor muntsiroop hield. Het doet me nu nog watertanden en verdorie waarom heb ik me toch onthouden van de zoete lekkernijen!

Ik had me neergevlijd in een solide teakhouten tuinzetel, een ander was met zijn klapstoel gekapseisd, naar ik dacht om het gazon aan een nader onderzoek te onderwerpen. Of was het om stekedingen te verjagen? Die waren er namelijk in groten getale, we werden ervoor gewaarschuwd en mijn inderhaast aangeschafte stick waarmee ik mijn ledematen had ingewreven hield hen helaas niet op afstand. Nochtans flakkerden de citroenkaarsjes dat het een lieve lust was maar ook de wijfjesmuggen fladderden wellustig rond mijn aangezicht. Pas de volgende dag zou ik me onnozel krabben.

Ongemerkt was de zon ondergegaan en liet de kilte zich voelen. Er werd me een deken geoffreerd, helemaal alleen voor mij! Heerlijk! Maar het werd wel wat ingewikkelder om van mijn glas te nippen.

Ik was gemakkelijk te overhalen om de boekenschat te monsteren, neen… ik diende deze niet alfabetisch te rangschikken! Opmerkelijk, heel wat titels staan ook in mijn kasten en een aantal onbekende noteerde ik voor een volgend bezoek aan de bib.

Er werd wat afgekletst die dag en wat me opviel was dat ieder was zoals hij schreef. Ik genoot met volle teugen, op mijn manier, kijkend en luisterend.

Ik mocht zelfs blijven slapen, maar ik moest de volgende dag spinazie maken voor dochterlief, grapte ik. Met een licht gemoed en zonder schriftelijke handleiding keerde ik gezwind via onbekende wegeltjes huiswaarts. Gelukkig was de madam van de GPS nog wakker en werd mijn avontuur in goede banen geleid.

Zap en Moose, bedankt voor deze heerlijke, honderd procent geslaagde dag.

Ik wil het graag nog eens overdoen!

mei 21, 2008

Gomaar

“Tot morgen, hé!” voegt ze er ten afscheid toe.

Na ettelijke weken loop ik haar vandaag bij de slager tegen het lijf. We wisselen wat ditjes en datjes en ik vervolg mijn weg naar de automatische deur.

Mijn geheugen werkt op volle toeren. “Tot morgen?” ??? Eink? Euh?

Het was me compleet ontschoten dat we – ik weet niet hoe lang geleden – in kwartet toneelplannen smeedden. Ik verneem dat we afslankten naar een triootje. Maar we hebben nog tijd zat om concreet af te spreken.

Het enthousiasme op het moment van de reservatie was groot. Een avondje cultuur met ons vieren, in het verleden bleek dit reeds een voltreffer. Maar op dit eigenste moment ervaar ik weinig goesting. Om alsnog in de sfeer te komen zoek ik info over het stuk, de videofragmentjes vijzelen mijn appetijt echter niet op. Ach, ik zie wel, misschien valt het wel mee.

We willen verkeersopstroppingen en parkeermoeilijkheden te vlug af zijn en arriveren alzo véél te vroeg. De poort is open maar er is nog geen kat te zien en dat zwengelt de giechelstemming maar aan. Lang hoeven we niet te wachten voor er iemand verschijnt en weer verdwijnt om kassa en tickets op te halen.

Noodgedwongen breken we onze geanimeerde conversatie af om het inwendige van de Kazematten te betreden. We kiezen een centrale plaats, onzeker of het hier te doen is. Centraal hangt een gigantische ronde tafel, wat verder een zaag- of boortuig. We bevinden ons in een voormalige schrijnwerkerij. Boven ons hoofd oefent een orkest, toetsen, viool, blazer, het klinkt wat jazzy en free maar we ontdooien in een culturele mood. Een wijntje kan de stemming allen maar ten goede komen. We zitten immers in het voorgeborchte van de theaterzaal, de cafetaria. Langzaamaan druppelen de andere gasten binnen. Wanneer enkelen de affiches aan de toegangsdeur al te lang en nadrukkelijk blijven bestuderen, beseffen we dat we mogelijk onze bevoorrechte positie van eerstkomers – er zijn namelijk geen genummerde plaatsen – aan het verliezen zijn. Mijn kompanen besluiten de posters van nabij te bekijken en Vera ontdekt welke kant het eerst zal opendraaien… daar waar de anderen staan! Deze wetenschappelijke benadering loont echter niet, want wanneer uiteindelijk de rechterkant opendraait, stroomt de alerte linkerhelft de zaal in. Maar niet getreurd, we zitten toch nog op de eerste rij…

Van dan af is het degusteren. Theater van de bovenste plank. Figurentheater dan nog wel, een spel tussen mensen en poppen. Drie acteurs, drie bedrijven die eigenlijk drie volwaardige voorstellingen vormen. We volgen Gomaar in zijn kindertijd, adolescentie en volwassen leven. Tussendoor worden we vergast op een Breugheliaans buffet, een muzikaal intermezzo en een cocktail, rood of onbestemd groen.

Paletten, snelbouwstenen en houten rekken, opeenvolgend tekenen ze de achtergrond. Wat fantasie met dode materie kan doen, het grenst aan het ongelooflijke. De in een halve kring opgestelde witte blokken vallen na een tikje als dominostenen om, geven een naar mijn gevoel niet te evenaren visueel effect en verbeelden even later een trap. De Ikeakasten suggereren een boortoren of de zuilen in een kerk. Ik vind dat er wat te veel gezeuld wordt met het decor, een extra fysieke belasting voor de spelers, maar dat is wat mij betreft de enige dissonante noot.

Niet onbelangrijk ook vind ik de tijdsgeest waarin het stuk zich afspeelt, de zestiger en zeventiger jaren. Gomaar groeit op in een boerendorp, waar de zoon van de kruidenier trekjes vertoont van de slager en de boerendochter wat weg heeft van de timmerman, ik zeg maar wat. Alleen Gomaar en zijn moeder, zij zijn anders. Hij vindt vriendschap bij de knecht Gaspard die op elke vraag een antwoord weet of is het omgekeerd? Hij droomt zijn eigen wereld, ergens halfweg tussen hemel en aarde en ontdekt wie zijn echte vader is en dat is niet Godfried, de man waarmee zijn moeder getrouwd is.

Wanneer Gomaar het dorp inruilt voor de stad belandt hij in de flower-power-beweging, maakt kennis met de rebellie tegen de burgerij, tegen kapitalisme en materialisme, met jongeren- en dokwerkersbetogingen, maar… make love no war!

Vele jaren later keert hij met dochter Sara terug naar zijn plattelandsdorp en mijmert aan de doodskist van zijn moeder over wat voorbij is. Beetje bij beetje wordt zijn levensverhaal ontrafeld.

Opmerkelijk vind ik hoe de acteurs afstand nemen van hun personage door afwisselend in de rol van de figuur te kruipen en er nadien commentaar over te geven en zich hiermee rechtstreeks tot het publiek wenden. Ze spelen elk ook verschillende karakters, dit is zelfs sekseoverschrijdend. Veel wordt overgelaten aan de verbeelding van de toeschouwer, die door de suggestie van decor, figuren en acteerspel, het verhaal compleet moet maken. Het was kunst met een grote K. En wie na mijn relaas goesting heeft om zich in dit theaterspel onder te dompelen, het kan nog zaterdag aanstaande in Het Paleis in Antwerpen tijdens het Paletfestival en de week daarop in De Werft in Geel, tenminste als niet alles is uitverkocht…

Ik neem mijn hoedje af voor de vertolkers, de verzinners, de muzikanten, de vormgevers; dit was kunst met een grote K. Wij waren doodop na deze marathon, een middernachtdroom, zij puurden kracht uit een verdiende staande ovatie…

mei 1, 2008

Feest

Tot mijn ontzetting ben ik weeral eens bezig te laat aan ‘t komen. Ik had me nochtans goed voorbereid: de route uitgeprint, alles op voorhand klaar gelegd, tijdig uit de veren. Oponthoud in de badkamer door mijn jongste die ze te lang bezet houdt terwijl mijn oudste voor de deur staat te trappelen. Zijn aansporingen wekken niet op tot spoed, integendeel! Op zijn beurt baddert hij ook uitgebreid en vooral het onderhoud van zijn haardos is een tijdrovend karwei.

Aan het tankstation is het na herhaalde pogingen onmogelijk om mijn Visakaart in te lezen. Mijn gewone bankkaart wordt wel aanvaard maar de pomp weigert dienst. Nul komma nul liter diesel sijpelt er uit de slang, ik mag wriemelen wat ik wil. Snel naar een andere pomp, maar daar is iemand me te vlug af. Aanschuiven in een andere rij dan maar. Een dame getaxeerd op bijna klaar, het blijkt een foute inschatting. In achteruit en in volle vaart naar de volgende pomp.

Deze bevoorradingsprocedure kost me twintig minuten extra. Nog koester ik hoop het traject tijdig af te werken. Hoe ijdel! Terwijl ik de oprit naar de autostrade oprijd, bots ik op een file. Stilstaand, wel te verstaan. In grote haast verlaat ik dus de snelweg, deze naam momenteel niet waardig en probeer in mijn hoofd een alternatieve route te berekenen. Ruimtelijke oriëntatie is niet meteen mijn sterkste punt. Drongen ligt een stuk op weg naar de kust, redeneer ik, en daar besteed ik de volgende twintig minuten aan.

Het is er druk maar ik kan probleemloos invoegen. Volle snelheid haal ik echter niet. Bovendien stropt het verkeer bij elke mogelijke op- of afrit.

De radio meldt wateroverlast in Oostkamp, en dat kunnen we meteen aan den lijve ondervinden, we passeren daar net. Het uitspansel dreigt inktzwart. Met een ei in mijn broek en in het schriele licht van de koplampen zoek ik me een weg tussen opzwiepend nat en immense plassen die de wegmarkeringen maskeren. De loodzware lucht loost zijn ingehouden nattigheid. Mijn ruitenwissers vliegen driftig heen en weer. Ik vind de knop voor de achterruit niet meer. Proefondervindelijk lukt het uiteindelijk gelukkig wel.

Een half uur later dan vooropgesteld arriveren we in De Kinkhoorn. De maaltijd is al halverwege…

Het wordt een heel plezierige namiddag. Een feest in beperkte familie, zeventien personen, maar toch heel biezonder. Om te beginnen vier generaties, in vrouwelijke lijn. Leeftijden van twee tot plus negentig. Twee gescheiden koppels. Een weerzien met een verloren dochter, een eerste stap naar meer. Veelkleurig. En toch harmonie.

In de kelder van het complex is een kinderparadijs met fietsjes, pingpongtafels, minigolf en nog veel meer. Ik poog dit alles op de gevoelige plaat te leggen, geen sinecure met zo’n kwikzilvers. De zesjarige feestelinge staat wàt graag in de schijnwerpers en laat zich met plezier vereeuwigen in allerlei gewaagde poses, van tong uitsteken tot pure acrobatie.

Als de zon uiteindelijk doorbreekt zakken we af naar de dijk en leven de jongsten zich uit op de go-carts. Sara kan haar geluk niet op wanneer ze boven verwachting toch een elektrische step mag. Met duizelingwekkende snelheid zoeft ze heen en weer, in haar kielzog, grote broer Maarten. Ukkepuk Mateo krijgt gaandeweg het trappen onder de knie.

Kers op de taart is een rit op een veelwieler, met papa en Joram aan het stuur, Jolien en Maarten aan de pedalen en de jongsten als passagier.

Een ijsje, een drankje, ronden de dag mooi af en ongehaast en zonder file vatten we de terugreis aan. In een aureool van zacht avondlijk zonlicht…

april 28, 2008

Tsunami

Vandaag stond ik oog in oog met een tsunami.

Terwijl ik deze woorden intoets schiet de bliksem hels over mijn scherm, gevolgd door een ratelende donderslag en kletterende regenval, de prijs voor een weekendje zomerse temperatuur. Mijn roodgetinte huid de voorbode van mokkabruin, de twintigplusser in Celsiusgraden een belofte naar méér, naar véél meer…

Om de weergoden zand in de ogen te strooien had ik me een veelkleurig extra large regenscherm aangeschaft en dit grijpensklaar in mijn automobiel geborgen. Met afgunstige blik op de gigantische vissersuitrusting, zocht ik de afgelopen weken beschutting onder mijn aftands minuscuul exemplaar met geknakte baleinen, resultaat van het verloren duel met de wind. Door piepkleine gaatjes in de impermeabele stof sijpelde het hemelsvocht onbarmhartig op mijn hoofd.
In het meervoud eigenlijk, want we deelden de paraplu, mijn jongste en ik…

Heden ben ik uitgerust met zonneglazen, gemonteerd op mijn bril. Meer zelfs, een witte zonneklep siert mijn hoofd. Potsierlijk, vermoed ik, maar zeer doeltreffend, want hoe zonminnend ik wel mag wezen, achter het stuur heb ik Laura niet graag in het vizier. Ze kan me immers danig vermoeien.

Aan de rand van het tartanovaal geniet ik van de prestaties van de Racingers. Ze lopen, springen, werpen dat het een lieve lust is. Acht kampioenen op dag één en tien op dag twee, schitterend toch! Een veelbelovend aanloopje naar de nakende Bekers van Vlaanderen…

De tsunami van vandaag heeft echter geen uitstaans met dit sportief gebeuren.

Na mijn nachtdienst geniet ik van een heel aangename, rustige ochtend. Mijn pappenheimers zijn om het allerliefst. Sooi vertrekt welgemoed samen met mijn collega naar het station, Merci en haar compagnon worden tijdig opgehaald voor een familiefeest, Flup laadt zijn flessen wijn voor de verjaardag van zijn mama zonder brokken in de koffer van de chauffeur, Riebe en Abel vertrekken te vroeg naar de kerk en arriveren toch te laat, want het is Plechtige Communie en de mis duurt lang maar daarom niet getreurd want het is plezant.

Ik kan één van de kerkgangers moeiteloos warm maken voor een tripje per fiets naar de buurtwinkel. Ik heb sla noch tomaten in huis, en die staan op het menu. Ik maak een overheerlijke salade, met pijpajuin en rucola en kruidige dressing.

Ondertussen staat de soep te pruttelen.
Zou de soep moeten pruttelen.
De soep van gisteren.
Die vandaag nog rijker van aroma zou wezen.
Tiens, er broebelt niets. Echt niets.
Staat het vuur wel aan?
Ik roer.
Geen spoor van verhittingsactiviteit.
Ik roer nogmaals.
Plots spuit het hete groentenat wild in ’t rond.
Inderhaast verplaats ik de pot naar een ander kookvlak.
De inhoud bruist over de rand.
Ik verhuis naar een ander vlak.
Gulpen tomaat vliegen in het rond.
Op het fornuis, de muur, de vloer…
’t Is precies een vulkaanuitbarsting.
Ik blus met een gulp koud water.
Er komt terug rust in de ketel.
Maar de soep met vermicelli van gisteren blijkt oneetbaar.
Aangebrand.
Het navenante liedje spookt door mijn hoofd….
En de troostprijs is: een dubbele portie saté plus dessert.
Het leed is geleden, de spetters weggeschrobd, de tsunami verleden tijd…

april 20, 2008

Geen dag als een ander

“Ontbijt op bed, met croissantjes, dat zou me wel aanstaan… “

Ik werp een heel klein balletje op, een klein suggestietje. Meteen voeg ik eraan toe: “Ach, laat maar, ik moet vroeg werken morgen, ’t zal niet lukken…”

… Veertien over zeven schiet ik wakker, die dekselse wekker… en ik merk dat ik deze een uur te laat afstelde. ’t Is vuilbakkendag – zakken eigenlijk – en ze staan dit keer nog niet klaar. Dat wordt stressen. Dochterlief zit heel ontspannen met een kom cornflakes voor de televisie. Ik ben een beetje gepikeerd, en verongelijkt, kon ze me niet wekken dan? In zeven haasten douchen, kattenbak uitkuisen, was bijeenzoeken, vuilbakjes verzamelen, lege flessen bij de PMD, zakken dichtknopen… mijn ochtendmaal schiet erbij in…

Op de parking waaien de felicitaties me vrolijk tegemoet. Ons Merci roept me van op de schommel toe of ik haar kaartje reeds gelezen heb. Ruim twee weken geleden deponeerde ze het in mijn correspondentiebakje met de waarschuwing het niet te openen. Ze houdt het allemaal nauwgezet bij, in haar hoofd, de planning van de dagbesteding, de dienstroosters, de regels en afspraken (en o wee diegene die zich daar niet aan houdt), de evenementen, wat iemand ooit gezegd of gedaan heeft, hoe ze het doet is me een raadsel. Ze is dan ook héél prikkelbaar als iets niet loopt zoals gepland. Maar een verjaardag, dat is een honderd procent vaststaand gegeven.

Op zo’n dag kan ik echt niet incognito blijven, het gonst door de gangen, jarig, jarig, jarig… Mijn collega’s heffen een Happy Birthday aan en aan de middagdis krijg ik zalm in plaats van kabeljauw. Ze kennen hier wat van graag zien!

Via sms stuurt mijn zoon een gelukswens in één adem met de verzuchting dat hij al veel geld kwijt is. Donderdag vertrok hij met alle zesdejaars voor drie dagen naar Parijs. Ook die dag prees ik mijn gelukkig gesternte. Mijn wekker weigerde dienst, en Joram sliep doodgemoedereerd door de zijne heen, maar gelukkig werd ik bijtijds om twintig over vijf wakker, zodat de bus niet zonder hem vertrok…

Van Koekske lees ik het volgende: “Alleluja! Twee 5-jes netjes naast elkaar… Vijf en vijftig… Deze verjaardag komt volgens mij volledig tegemoet aan zowel je (al dan niet – nog – verborgen) talenten (zoals je gevoel voor symmetrie en orde) als aan je (al dan niet – reeds – gekende) eigenschappen (zoals jeugdige speelsheid en waardige rijpheid)! Van ganser harte een toffe verjaardag toegewenst. X”

Mijn zus kent me van binnen en van buiten: mijn huishoudelijke gaven, mijn gestroomlijnd gevoel voor netheid, mijn opruimwoede, mijn huiver voor chaos, mijn totaal gebrek aan rimpels en mijn immense wijsheid.

Bieke heeft iets ingezongen op mijn voicemail en kondigt de volgende zussendag aan. Steentje zendt een berichtje, Sesje een digitaal, en Boontjes kaartje is onderweg.

Ik ben een rijk mens…

Tot dat besef kwam ook mijn zoon na zijn onvergetelijke driedaagse. New York moet even plaats ruimen voor Parijs. De nieuwe stad van zijn dromen. Met volle teugen genoot hij van brede boulevards, majestueuze monumenten, gezellig keuvelen met jongeren onder de bruggen aan de Seine, genoeglijke maaltijden samen, de metro, le stade de France (het gras is altijd groener aan de andere kant…), le quartier latin… Zere voeten, een kleine prijs voor al het beziens- en belevenswaardige. Bijna de helft van zijn budget spendeerde hij die eerste dag, maar zo leerde hij doseren voor de volgende. Onze provinciehoofdstad verzinkt in het niet bij zijn lofrede over het expansionisme van de lichtstad…